Bellen, navigeren en tegelijkertijd je handen aan het stuur houden; een hele klus. Daarom is er nu de (BUGABOO)RED iPhone holder. Kun je onder het rijden fijn naar een muziekje luisteren en foto’s van je baby nemen (€ 19,95)
HR
HR
Recente recensies:
"Deze auteur beschikt over een verbluffend soepele schrijfstijl. Hij pakt je in. En overdondert je met blitse dialogen, vloeiende wendingen en geestige, maar tegelijkertijd diep cynische scènes.
Zijn debuut getuigt in ieder geval van scherpte en jongensachtige branie. Dat maakt De Kostwinner tot een gedurfde literair entree."
- De Volkskrant
"De Kostwinner werkt als een goede thriller (de filmrechten zijn al verkocht), maar heeft ook een behoorlijke psychologische diepgang. De Kostwinner is een pijnlijk en raak portret van de krampachtig overlevende, door hoge verwachtingen gedicteerde ’culturele elite’ van deze tijd. "
- Trouw
'Zonder meer het leukste, meeslependste en meest entertainende van de Starbucks-debuten'
- De Standaard
"Leest als een lijn ;-) ... Cocklit van de bovenste plank... Must Read!"
- Saskia Noort
Klik voor een alles-in-één overzicht op de items boven de V70.
Weblog: nouveautés, praatjes en plaatjes, vers van het mes (via blog.dekostwinner.nl)
Tweets: Gekwetter vanaf de zijlijn (@kostwinner )
Leesvoer: Welke boeken ik las, lees of van plan ben te lezen (via GoodReads)
Muziek: Waar ik naar luister: scrobbles uit m'n iPhone, iPods, iTunesLib, (via Last.fm)
Weblinks: Sites die ik bezoek, inclusief gebruikte bronnen (via Delicious.com)
Merchandise: hoeden, petten en damescorsetten (via spreadshirt.nl)
Lees hier de eerste twee hoofdstukken uit het boek.
Ik kan er slecht tegen om een boek te lezen van iemand wiens kop of stem me niet aanstaat. Zolang ik de schrijver niet ken is het niet erg, maar als bijvoorbeeld blijkt dat de auteur van dat briljante werkje een hoge piepstem of een vreselijk accent heeft, dan kan ik niet meer onbevangen van zo'n boek genieten. Ik weet niet of u Harry Mulisch hebt gezien op de cover van dat sponsored magazine van de Bezige Bij, maar bij iedere gestylde bejaarde in een roze pak denk ik automatisch: daar moet ik niets van hebben. Om die reden is de kostwinner zoveel mogelijk als hoofdmerk ingezet, met mijzelf in de bijrol als flanking sub-brand. Liever een bakfiets in de krant dan mijn harses. Bovendien heb ik liever dat ze in de boekwinkel vragen naar 'dat boek over die bankier die coke dealt' dan naar het boek van Henk Rijks. Tot voor kort ging dat alleszins redelijk.
Maar een tijdje terug deed ik toch mee aan een zogeheten tweetmeet, een bijeenkomst waarbij bezoekers aan een boekhandel een aantal daar aanwezige collega-schrijvers konden ondervragen. (Schrijvers hebben overigens geen collega's. Hooguit delen ze een bepaalde thematiek, een voorliefde voor een genre, en op 'n best zijn het geestverwanten, maar goed, dat is een ander verhaal.) Wat de aanwezige auteurs verbond was dat ze allemaal wel eens twitterden. En zo kan het dan gebeuren dat je door de vriendelijke gespreksleider geïntroduceerd wordt als 'social media expert', en even later met een halve mond vol tanden zit. Gingen we dan niet praten over boeken? Nee, daar ging het niet over. Wel over hoeveel volgers je hebt, de rol van social media bij boekverkoop, en nog zo wat gelul in de marge. Want dat is het, maar kennelijk is men er dol op. Zo dol dat je meteen figureert in een column van een ochtendkrant, en je ineens full color afgebeeld staat in een blaadje waar je je vroeger als jongeling nog met goed fatsoen op af kon trekken. En ik wil ook best aan de Viva vertellen welke vakantieboeken ik meeneem. En als NightWriters me vraagt om een top-5 vakantieboeken aan te leveren, dan doe ik dat natuurlijk. Allemaal randverschijnselen die er kennelijk bijhoren, en waar ik met stijgende verbazing en evenveel genot aan heb meegedaan. Maar nu even niet. Terug naar de core-business.
Vorm is meer dan inhoud, perceptie is werkelijkheid, en de schrijver is belangrijker dan het boek. Dat zijn drie misvattingen, maar je zult de mensen de kost moeten geven die daar anders over denken. Maar ik moet weer aan het werk. Er zit een verhaal in mijn kop, en dat dient opgeschreven te worden. De komende maand zal ik daarom (nog) minder twitteren, facebooken en bloggen dan ik al deed. Laat het voor iedereen een constructieve zomer zijn.
(2837 KB)
Listen on posterous
Ik ging naar een feestje waar schrijvers en uitgevers kwamen. Voor de ingang stond een man die controleerde of je wel naar binnen mocht, en dat was de enige overeenkomst met het boekenbal. Voor de rest was namelijk alles anders, dat wil zeggen, leuker, hartelijker, interessanter, prikkelender en geiler. De mensen waren allemaal vrolijk en zagen er mooi uit. Er was drank in overvloed en er draaide een prima DJ. Dit alles speelde zich ook nog in de buitenlucht af. En in het licht van de volle maan ontmoette ik een waarzegster.
De waarzegster droeg haar haar in een knotje en haar lijf in een Chanel-pakje. Ze danste met haar armen boven haar hoofd. Ik complimenteerde haar met haar oksels. Dat ze ook lenig was bleek even later, toen ze een bebloede voet in het fonteintje van de WC stak, moeiteloos voorover bukte en het kraantje opendraaide.
En dan nu de quizvraag van de week. Waarom ligt deze man in z'n pyjamabroek met een kindertekening in bed? En waarom ligt die mevrouw op de achtergrond zo gelukzalig te glimlachen? Het antwoord na de break (klik op 'lees verder').
Prettige vaderdag allemaal!
|
Trouw
|
De Standaard
|
|
“De kostwinner is een pijnlijk en raak portret van de krampachtig overlevende, door hoge verwachtingen gedicteerde ’culturele elite’ van deze tijd.”
|
“Maatschappelijke relevantie nihil — de elite snuift, wie had dàt gedacht? — maar wel een originele plot.”
|
Philips introduceert een handig strijkijzer, speciaal voor mannen. Want strijken is vaak een heel karwei, maar een noodzakelijk kwaad voor moderne mannen. Ze willen immers dat hun kleding er onberispelijk en kreukvrij uitziet, en zoeken dus naar het beste hulpmiddel voor deze klus.
Meestal is dat beste hulpmiddel een vrouw. En ik betwijfel ten zeerste of een krasbestendige zoolplaat van hoogstaand anodilium daar verandering in brengt. En verder zou ik heel graag de powerpoint presentatie van de verantwoordelijke productmanager bij Philips willen zien.
Tot slot is strijken bij mijn weten een noodzakelijk kwaad voor iedereen, ongeacht geslacht, maar ik heb al eens vaker de plank misgeslagen.
Toegegeven, ze was een jaw dropping beauty. Eentje die in clubs en op straat visitekaartjes van scouts in de handen gedrukt krijgt, gevolgd door een uitnodiging 'om eens langs te komen voor een gesprek over een mogelijke carrière als fotomodel'. Zoals ze daar zat in die stadsbus, met die maniertjes, de iets te irritante, hooghartige blik, en hoe ze haar de vingers door haar haar haalde. Maar wacht even, die vingers...er klopte iets niet. Verkeerde nagellak, te oranje, te opzichtig. Dit was geen vrouw, dit was een meisje die dat haar moeder imiteerde. Veel ouder dan 13-14 kon ze niet zijn. Maar dat weerhield de man in de leren jas die naast me zat niet om z'n iPhone uit z'n binnenzak op te vissen. Hij frummelde wat met de instellingen, opende de video-recorder app, en bewoog het toestel heel langzaam via de rugleuning voor hem omhoog. Ging hij echt? Ja, hij ging echt het meisje filmen. Stiekem. In het geniep. Hij zoomde zelfs helemaal in zodat hij haar gezicht fullscreen in beeld had. Wat ging hij met die video doen? Zich aftrekken als-ie weer thuiskwam? Ik wierp nog eens een schuine blik op z'n iPhone. De hele library was gevuld met thumbnails van jonge vrouwen. Z'n eigen thumbnails waren trouwens heel lang niet geknipt, zag ik ook nog.
Moest ik er wat van zeggen? Ging ik me ermee bemoeien? Had ik tegen het meisje moeten zeggen dat die vieze vent naast me haar net had gefilmd? Nee, dat alles deed ik niet. Ik besloot hem met z'n eigen wapens te bestrijden, en haalde voorzichtig mijn iPhone uit m'n binnenzak, en...
Dus, moeders van Amstelveen en omstreken: als u deze man tegenkomt in Bus 140, 170 of 172, wees dan op uw hoede. Ga voor uw dochters staan, beperk het uitzicht, of pak uw eigen mobiel en film terug!
“Ik schrijf voor een website advocatie.nl. Gelezen door ongeveer 80% van de Nederlandse advocatuur. Ik wil je boek recenseren voor onze snelle zuidas advo's. Hoe kan ik een exemplaar krijgen?”
“Dankjewel Henk. Ik heb je eerste twee hoofdstukken gelezen en je gisteravond beluisterd op BNR. Leuke laatste minuut. Echt iets voor onze lezers denk ik. We hebben wel eens een poll gehouden met de stelling dat er in de Nederlandse advocatuur veel gesnoven en gezopen wordt. Ik geloof dat ongeveer 40% het eens was met de stelling. Hij staat nog ergens online.”
“Hoi Henk,Ik heb het met plezier gelezen. Ik vond het echt wat voor onze site alleen de hoofdredactie dacht daar anders over.”
Nou ja, dan niet, stelletje lafbekken. Eigenlijk wilde ik mijn boek terug, maar dat is ook weer zo flauw. Maar toen ik erachterkwam hoe die hoofdredactie eigenlijk heette, verdween mijn sacherijn als sneeuw voor de zon: Lucien Wopereis. Ik herhaal: Lucien Wopereis! Wat een prachtnaam, eentje die in geen enkele moderne Nederlandstalige roman zou misstaan. Ik zou zeggen: hou die naam in de gaten, want die gaat u zeker in de toekomst vaker horen!
(Overigens: Tonk van Lexmond, de hoofdpersoon uit De Kostwinner, blijkt ook echt te bestaan. Daarover een andere keer).
Bellen, navigeren en tegelijkertijd je handen aan het stuur houden; een hele klus. Daarom is er nu de (BUGABOO)RED iPhone holder. Kun je onder het rijden fijn naar een muziekje luisteren en foto’s van je baby nemen (€ 19,95)
Wat ik nog mis is een heads-up DVD display "voor je kindje", zodat die ongestoord naar Dora kan kijken terwijl Mamma belt, navigeert, stuurt, date, twittert, shopt, botst, milft, of welke uberimportant activiteit dan ook onderneemt.
Wel handig is dat op het rode kapje met krijt al aangegeven staat waar je het gat uit de overkapping kunt knippen. Precies op de juiste hoogte voor je iPhone camera! Daar is over nagedacht.
Al mijn vooroordelen tegen de plaag die PowerPoint heet werden onlangs bevestigd in een briljant en verontrustend artikel in de NYT. Titel: "We Have Met the Enemy and He Is PowerPoint".
Wat blijkt? Amerikaanse officieren in Irak en Afghanistan besteden gemiddeld een uur per dag aan het maken van presentaties. Waar je vroeger nog met een landkaart, een paar keitjes en takjes een bevelsuitgifte deed, geeft de moderne militair tegenwoordig een PowerPointPresentatie Te Velde. De oorlog teruggebracht tot een paar bulletpoints.
Gelukkig is het ook tot het top brass doorgedrongen dat het zo niet langer kan.
“It’s dangerous because it can create the illusion of understanding and the illusion of control,” General McMaster said in a telephone interview afterward. “Some problems in the world are not bullet-izable.”
In General McMaster’s view, PowerPoint’s worst offense is not a chart like the spaghetti graphic, which was first uncovered by NBC’s Richard Engel, but rigid lists of bullet points (in, say, a presentation on a conflict’s causes) that take no account of interconnected political, economic and ethnic forces. “If you divorce war from all of that, it becomes a targeting exercise,” General McMaster said.
Hetzelfde gaat net zo hard op voor het moderne bedrijfsleven, waar bijna niemand meer een normaal verhaal kan vertellen zonder in de rug gedekt te worden door minimaal twintig slides met opsommingen, voorbarige conclusies en slechte clipart.
De meest ontluisterende conclusie van het artikel is dat PowerPoint wel degelijk bruikbaar is, maar dan vooral om informatie te versluieren en je gehoor plat te lullen. Journalisten krijgen tijdens persbriefings met opzet 25 minuten lang de ene na de andere zouteloze dia voorgeschoteld. Na afloop is er 5 minuten ingeruimd voor vragen, 'voor wie er dan nog wakker is'. “Hypnotizing chickens”, zo noemen de Amerikanen deze praktijk.
Ook dat is iets dat menig kantoorwerker bekend zal voorkomen.
Vroeger was het leven simpel. (Al heel lang wilde ik een verhaal met deze zin beginnen. Gelukt!). Als schrijver had je een idee, je stopte een pijpje en ging in totale rust achter je Underwood zitten te tikken. Na een jaar of wat bracht je je typoscript naar de uitgever, die er dan met een rood potlood doorheen ging, her en der wat verbeteringen suggereerde, en voor de rest had je er geen omkijken naar. Een paar maanden later lag je boek dan in de winkel, vaak nog persoonlijk door de uitgever op de fiets langsgebracht. Terzakekundige recensenten schreven een kritiek die hout sneed, en je boek bleef toch zeker een jaar in de boekhandel verkrijgbaar.
Tegenwoordig gaat dat niet meer op. Voor veel schrijvers is het schrijven (de core business, zou Tonk van Lexmond zeggen) bijzaak geworden. Want nog voor je boek uit is, moet je je bezighouden met allerhande ambachtsvreemde activiteiten. De keuze van het omslag, de promotabiliteit van je verhaal, de kleur van je haar, je gezinssamenstelling, de omvang van je CD-collectie en de lengte van je geslachtsdeel lijken tegenwoordig belangrijker dan de kwaliteit van het boek. Daar kun je als cultuurpessimist over lopen simmen, of, zoals ik doe, proberen er maar het beste van te maken. En ach, met boeken is het net als met kinderen: je gunt ze het allerbeste, en je doet alles voor ze, ook al gaat dat ten koste van je eigen welbevinden.
Wees daarom niet verbaasd als u 8 mei aanstaande in Sassenheim twee "schrijvers" op een bakfiets door het dorp ziet crossen. Het is allemaal voor het goede doel moet u maar denken. En baat het niet, dan schaadt het ook niet.
Tot slot, en for the record: ik heb geen bakfiets. Het woord 'bakfiets' komt in De Kostwinner tweemaal voor, en het gezin Van Lexmond heeft er ook geen.
Eén van de ongeschreven wetten uit het uitgeefvak: nooit reageren op recensies. En al helemaal niet op recensenten.
Dus without further ado, hierbij de recensie van Daniëlle Serdijn in De Volkskrant van vandaag. Oordeel zelf. Ik ben er -zachtjes uitgedrukt- meer dan tevreden over, maar nu zondig ik toch tegen die ongeschreven wet. Het moet maar.